Onze eerste ervaringen met de nieuwe Code Goed toezicht | Dr. Olaf McDaniel

De nieuwe Code Goed Toezicht voor onderwijs en kinderopvang trad op 1 december 2020 in werking. Niet alles in deze code is nieuw. Het is vooral de introductie van 7 principes die verdere richting en diepgang geven.
 

Eerste analyse

Het wordt voor veel onderwijs- en de kinderopvangorganisaties nog een flinke uitdaging om aan de nieuwe regels te gaan voldoen. Dat bleek uit een eerste analyse die ik maakte op basis van recent door ScoliX uitgevoerde externe evaluaties met behulp van het instrument Spiegels+. Hierin zijn de nieuwe regels verwerkt en dat geeft een aardig eerste inzicht. Ik heb onze ervaringen onderverdeeld volgens de 7 principes van de code.

 
1. Legitimiteit en compliance
Vrijwel alle onderzochte Raden van Toezicht (RvT) voldeden vrij behoorlijk aan de regels rondom legitimiteit en compliance. Tegelijkertijd waren er altijd wel onderwerpen uit de lange lijst van verplichtingen waaraan nog niet werd voldaan. In veel gevallen gemakkelijk reparabel.

 
2. Maatschappelijke verantwoordelijkheid
Toezichtkader en toezichtvisie zijn meestal aanwezig, al is verbetering denkbaar. Een kritisch punt is de eis van het afwegen van het publiek- en instellingsbelang, waarbij het publiek belang volgens de code belangrijker moet zijn. Hoe dat er precies uit ziet en wat je dan als toezichthouder doet (of juist niet) is nog een ingewikkelde kwestie.

 
3. Integriteit
Alle scholen in ons onderzoek werken met – vaak hoge – integriteitsstandaarden. Maar dat is vaak niet gedocumenteerd en volgens de code dan ook niet bewijsbaar. Dus hier geldt het adagium: leg uit.

 
4. Transparantie en openheid
De hieronder vallende onderwerpen bleken in vrijwel alle gevallen goed ontwikkeld. Het onderwerp “Afspraken over informatie die nodig is om toezicht uit te oefenen” bleek op verschillende manieren te zijn ingevuld. De ene keer wat succesvoller dan de andere keer.

 
5. Interne en externe verbinding
De interne dialoog kan in veel gevallen scherper. RvT’s blijken niet altijd in voldoende mate zicht te hebben op bijvoorbeeld leerling- en oudertevredenheid en medewerker-betrokkenheid. Ook kan de relatie met de medezeggenschap worden versterkt.

 
6. Professionaliteit, professionalisering en lerend vermogen
Dit onderwerp werd overal herkend als belangrijk, maar heeft in de praktijk de minste aandacht. Veel voornemens tot versterking van de professionaliteit, maar in de praktijk (te) weinig actie. De in de Spiegels+ opgenomen GAP-Map (welke kennis en ervaringsdomeinen behoeven versterking) bleek de RvT-leden goed inzicht te geven in de onderwerpen voor persoonlijke en collectieve verdieping.

 
7. Verantwoording
Dit bleek bij vrijwel alle organisaties het sterkst ontwikkelde onderdeel te zijn: de klassieke verantwoording. Tegelijk kan er nog veel verbeteren als het gaat om ruimhartiger informatie op de website en in het jaarverslag.

 

Veldbenchmark

De diversiteit tussen de onderzochte RvT’s was groot. Om die reden kan ik niet nu al op alle punten een gemeenschappelijke conclusie trekken. Na verloop van tijd ontstaat een soort veld-benchmark naarmate meer externe zelf-evaluaties worden georganiseerd met de ScoliX Spiegels+.
  
Ik hou u op de hoogte!

Door: Olaf McDaniel | sr. consultant | olafmcdaniel@scolix.nl


  

Delen

       

© ScoliX

Terug naar Blogs